Goede Vrijdag met de kinderen

De zeven kruiswoorden

Met de onderstaande stukjes kun je je voorbereiden op de Goede Vrijdag viering in de kerk. Elk stukje begint met een Bijbelgedeelte, met daarna een uitleg waarin je meer leest over een kruiswoord. Ook kun je de liederen alvast oefenen die we in de kerk hopen te zingen. De teksten hiervan vind je hiernaast. Deze week kun je ook weer een verwerking maken.

Voor de uitleg en de knutselplaat klik hier!

Dit jaar denken we na over de zeven kruiswoorden. Als er iemand sterft van wie je veel houdt, zijn de laatste woorden heel belangrijk. Misschien schrijf je die zinnetjes wel op een briefje om nooit meer te vergeten en om het nog eens na te lezen.
Deze week denken we met elkaar na over de laatste woorden van de Heere Jezus. Die laatste woorden worden ook wel ‘de zeven kruiswoorden’ genoemd.
Misschien zijn die laatste woorden voor jou al wel heel belangrijk. Als dat nog niet zo is, kunnen die woorden voor jou nog heel belangrijk worden.
Waarom zijn de zeven kruiswoorden zo belangrijk? De Heere Jezus liet merken dat Hij de wil van Zijn Vader bleef doen tot het einde van Zijn leven. Weet je wat de wil van Zijn Vader was? Dat de Heere Jezus zou betalen voor de zonden van al Zijn kinderen. Zo maakt Hij hen voor altijd heel gelukkig, en krijgt God alle eer!

Zondag: Het eerste kruiswoord

Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen – Luk. 23:34

Lezen: Lukas 23:26-35

De Heere Jezus is gevangen genomen. Hij is gemarteld en bespot bij Pilatus, daarna is Hij meegenomen naar de heuvel Golgotha. Samen met twee moordenaars wordt Hij aan een houten kruis gehangen.
En terwijl de Heere Jezus daar hangt, begint Hij te praten: ‘Vader…’ De Heere Jezus laat daarmee merken dat Hij niet zonder Zijn Vader in de hemel kan. Hij heeft Hem nodig!
Na alle pijn en het lijden zou je misschien verwachten dat de Heere Jezus als eerste zou vragen of Hij van het kruis af mag. Of dat Zijn Vader al die spottende mensen onder het kruis zou willen straffen. Maar dát gebeurt niet!
Wat bidt de Heere Jezus dan wel? Juist het tegenovergestelde: om vergeving van de verkeerde dingen die de mensen Hem hebben aangedaan. Vergeving voor elke klap, elk scheldwoord, elk bespotting en al die andere dingen die ze Hem hebben aangedaan.

Wat betekent de vergeving waar de Heere Jezus om bidt? Als jouw juf of meester iets op het bord heeft geschreven, wist zij het na een tijdje weer uit. Dan staat het er niet meer en kun je niet meer zien wat er stond. Zo is het eigenlijk ook met de vergeving waar de Heere Jezus om bidt. Hij vraagt of Zijn Vader al die verkeerde dingen bij de mensen allemaal wil uitwissen.
Voor wie bidt de Heere dit? Voor mensen die Hem als hun vijand zien. En daarom bidt de Heere Jezus erachteraan: ‘… want zij weten niet wat zij doen.’ Als de mensen wisten dat de Heere Jezus alléén hen echt gelukkig kan maken en als de mensen wisten dat Hij écht de Zoon van God was, dan hadden ze dit niet gezegd.
In Zijn lijden blijft de Heere Jezus denken aan… vijanden. Dat is onbegrijpelijke liefde, vind je niet?
Als wij de Heere niet liefhebben, blijven wij een vijand van Hem. Zulke vijanden wil de Heere Jezus opzoeken om hen tot Zijn kind te maken, tot eer van Hem. De Heere Jezus hangt met uitgebreide armen aan het kruis. Iedereen is bij Hem welkom! Ook al heb je nog zoveel zonden gedaan! Hij wil én kan al jouw zonden vergeven, omdat Hij de Zaligmaker is!

Vragen:

  1. Wat zou jij hebben gedaan als je bij het kruis stond?
  2. Wat heeft de Heere Jezus Zijn kinderen vergeven?

Zingen:
Psalm 116: 1 en 2
Glorie aan het Lam

Verwerking: 

Kleurplaat

Maandag: Het tweede kruiswoord

Heden zult gij met Mij in het paradijs zijn – Luk. 23:43

Lezen: Lukas 23: 39-43

Naast de Heere Jezus hangen twee mannen. Eén aan de linkerkant en de ander aan de rechterkant. Het zijn twee moordenaars. Zij hebben iemand gedood. En in het midden van hen hangt de Heere Jezus; dat is een heel bijzondere plek, want daar wordt de grootste misdadiger opgehangen.
De mensen onderaan het kruis spotten met de Heere en… de moordenaars doen mee. Ze zeggen: ‘Als U nu echt de Zoon van God bent, verlos dan Uzelf en ons!’ Wat erg dat die mannen zo meespotten. Zij hebben ook veel pijn en sterven bijna. De eeuwigheid is heel dichtbij. Maar de Zaligmaker is óók dichtbij!
Opeens verandert er iets bij die ene moordenaar. Hij heeft liefde gekregen tot de Heere én tot zijn naaste. Hij ziet dat zij verkeerd bezig zijn. Hij zegt tegen de andere moordenaar: ‘Ben je niet bang voor het oordeel van God? Wij verdienen straf, maar Jezus niet! Hij heeft niets verkeerds gedaan!’ Het doet hem pijn dat er met de Heere wordt gespot en hij wil zijn vriend waarschuwen. Ook voelt hij wel dat hijzelf straf verdiend heeft. Daarom kijkt hij naar de Heere Jezus, en zegt: ‘Heere, denk aan mij als U in Uw Koninkrijk gekomen bent.’ Hij voelt dat hij zondig is, maar hij heeft de Heere Jezus zó nodig gekregen.
En dan gaat de Heere weer praten: ‘Voorwaar zeg Ik u: Heden zult gij met Mij in het paradijs zijn.’
De Heere Jezus begint met een belofte. Dat lees je in het woordje ‘voorwaar’. Daarmee zweert de Heere het. Hij zegt eigenlijk: dit is waar en zeker. Ik zal doen wat Ik beloof! Het woordje ‘heden’ betekent “nu” of “meteen – vandaag nog” mag je met Mij in de hemel zijn.
Wat een wonder! Dat de moordenaar dít hoort! Wat wordt hij blij! Nu is de pijn nog maar voor even, daarna is hij voor altijd bij de Heere in de hemel.
Kun jij dit begrijpen? Een moordenaar in de hemel? Dat kan toch niet? Jazeker, want de Heere maakt juist zóndige mensen zalig. Dat zijn mensen die alles verkeerd deden, en de Heere nodig kregen voor de vergeving van hun zonden. Misschien heb jij ook al wel heel veel zonden gedaan in jouw leven, maar de Heere kan en wil ze vergeven. Om Jezus wil.

Vragen:
1. Waarom vond de moordenaar het zo moeilijk dat zijn vriend nog steeds met de Heere Jezus aan het spotten was?
2. Heb jij de Heere Jezus al als Zaligmaker nodig gekregen? Hoe weet je dat?

Zingen:
U zij de glorie

Verwerking: 

Kleurplaat

Dinsdag: Het derde kruiswoord

Vrouw, zie uw zoon, zoon zie uw moeder – Joh. 19: 26,27

Lezen: Johannes 19:23-27

Bij het kruis staan veel mensen te kijken. Tussen hen staan ook een paar vrouwen. Zij houden veel van de Heere Jezus en zijn daarom meegegaan naar Golgotha.
Ook Maria, de moeder van de Heere Jezus, is er bij. Toen haar Zoon nog maar veertig dagen oud was, kwam de oude Simeon in de tempel naar haar toe. Hij zei dat ze het heel moeilijk zou krijgen om wat er met de Heere Jezus gaat gebeuren. Het zal lijken alsof er een zwaard door haar ziel zou gaan. Wat is ze nu ontzettend verdrietig! Haar Zoon moet zóveel lijden aan het kruis.
Bij haar staat Johannes, de discipel die de Heere Jezus bijzonder liefheeft. Johannes houdt ook heel veel van de Heere Jezus en is als enige discipel naar Golgotha gekomen. De andere discipelen zijn bang weggevlucht, maar Johannes wil weten hoe het met zijn meester afloopt.
Opeens kijkt de Heere Jezus Maria aan. ‘Vrouw, zie, uw zoon,’ zegt Hij. Dat betekent: ‘Moeder, kijk maar naar Johannes. Hij is nu als uw zoon, waar u voor kunt zorgen.’
Daarna zegt de Heere Jezus tegen Johannes: ‘Zie, uw moeder.’ Hij bedoelt daarmee: ‘Johannes, kijk maar naar Maria. Zij is nu als jouw moeder, waar je voor kunt zorgen.’
De Heere Jezus laat merken dat Hij goed voor Maria en Johannes wil zorgen. In Zijn lijden denkt Hij niet aan Zichzelf, maar aan die mensen voor wie Hij wilde lijden en sterven. De Heere is zó goed voor Zijn kinderen. Hij beschermt hen in dit leven. En na hun leven mogen ze voor altijd bij Hem in de hemel zijn. Daar zijn ze echt gelukkig, want daar is geen zonde meer en is alle lof voor de Heere.
Terwijl Maria en Johannes dus heel verdrietig zijn, troost de Heere Jezus hen met Zijn woorden. Vanaf die dag zorgt Johannes voor Maria in zijn huis.

Vragen:
1. Waarom zei de Heere Jezus iets tegen Maria en Johannes vanaf het kruis
2. Ben jij ook al eens getroost door de woorden van de Heere Jezus? Kun je daar meer over vertellen?

Zingen:
Zie je de wonden zo diep?

Verwerking: 

Kleurplaat

Woensdag: Het vierde kruiswoord

Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten? –  Matth. 27:46

Lezen: Mattheüs 27: 45-49

Om twaalf uur in de middag wordt het opeens helemaal donker op de aarde. Dat is vreemd! Het is midden op de dag! Het wordt heel stil op Golgotha. De mensen worden bang en onzeker. Ze stoppen met spotten.
In die stilte hangt de Heere Jezus aan het kruis. Na drie uur roept Hij opeens luid: ‘Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?’ Het is een angstkreet. De Heere Jezus is zo bang, want Zijn Vader laat Hem hier alleen. En dat terwijl de duivel Hem zo’n pijn doet.
De duivel valt Hem aan en Zijn Vader antwoordt niet. Hij voelt niet dat Zijn Vader dichtbij is. En in het donker is dat allemaal nog erger. Want God laat de zon toch opgaan, ook over zondige mensen? Maar nu is zelfs de zon weg.
En het ergste: Zijn Vader helpt Hem niet. En dat gebeurde tijdens Zijn hele leven juist wel. De Heere Jezus lijdt en strijdt hier als een mens. Hij voelt de angsten en de pijn uit de hel. De straf die de mensen moeten dragen, is op Hem. En in al die angsten grijpt de Heere als het ware de Bijbel vast en roept Hij wat David ooit opschreef in psalm 22: ‘Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?’
De Heere Jezus kan niet zonder God. Hij heeft Hem nu zó nodig! De Heere Jezus zegt: ‘Mijn God’. Hij noemt Hem geen Vader meer. Er is een grote afstand tussen Hem en Zijn Vader. En dan komt daarachteraan de vraag waarom God bij Hem is weggegaan.
Het is toch verschrikkelijk als je dit altijd moet meemaken? Als je moet sterven en naar de hel moet en daar altijd zonder God moet zijn? De Heere Jezus heeft dit lijden van de hel gevoeld en werd daar, als Zoon van God, zó bang van. Maar als je onbekeerd bent, is dat wel jouw toekomst. Dan moet je altijd zonder God in de angst zijn. Zoek de Heere toch, voordat het te laat is! Want de Heere Jezus is aan het kruis verlaten geweest, zodat Zijn kinderen (in de hemel) nooit meer van Hem verlaten hoeven te zijn.


Vragen:
1. Wat vond de Heere Jezus het meest erg in het donker?
2. Wat is jouw toekomst? Voor altijd met de Heere, of voor altijd zonder de Heere?

Zingen:
Psalm 22: 1 en 16

Verwerking: 

Kleurplaat


Donderdag
: Het vijfde kruiswoord

Mij dorst – Joh. 19:28
Lezen: Johannes 19: 28 – 30

Heb jij wel eens dorst gehad? Misschien was het een keer op een warme dag dat je heel veel zin had in water. Dat is eigenlijk niet hetzelfde als echt heel erge dorst hebben. Sommige mensen in de woestijn hebben dat als ze dagenlang niets hebben gedronken. Dat is echte dorst.
De Heere Jezus hangt nog aan het kruis en Hij heeft heel veel dorst. Het is al lang geleden dat Hij heeft gedronken. Waarschijnlijk dronk Hij voor het laatst toen Hij Zijn discipelen leerde om het Heilig Avondmaal te vieren. Daarna is er heel veel gebeurd…
Je leest in de Bijbel dat de Heere Jezus weet dat alles is volbracht wat moest gebeuren.
 Daarna zegt Hij dat Hij dorst heeft. Waarom is dat? Uit dat drinken zou Hij weer kracht krijgen om Zelf te sterven. Door Zijn sterven verdient de Heere Jezus het leven voor zondige mensen. Zodat mensen die dorst hebben, tot Hem komen en drinken van het levende water. Dat betekent dat mensen in Hem zullen geloven en voor altijd bij de Heere in de hemel mogen komen.
Heb jij dorst? Dorst naar de Heere? Kun je niet meer zonder de Heere leven? Heb je Hem al nodig gekregen? Vlucht dan naar Hem, want dan word je behouden! In Openbaring, het laatste boek van de Bijbel, staat: ‘En die dorst heeft, kome, en die wil, neme het water des levens om niet’. Het kost dus helemaal niets! Ja, of toch alles! De Heere Jezus moest er voor sterven. Die prijs is onbetaalbaar!
Bij het kruis staat een vat met zure wijn. De soldaten drinken daarvan. Het drinken heet edik. Een soldaat doopt een spons in het vat en maakt hem vast aan een rieten stok. Daarna steekt de soldaat de stok in de lucht, zodat de Heere Jezus de edik van de spons kan drinken.
Weet je dat deze soldaat helpt om de woorden van David in vervulling te brengen? In Psalm 69:22 is al voorzegt dat de Heere Jezus in Zijn dorst edik te drinken kreeg. Zo zie je: al Gods woorden zijn waar! Dus ook wat de Heere Jezus Zelf heeft gezegd in Johannes 4:14: ‘Maar zo wie gedronken zal hebben van het water dat Ik hem geven zal, dien zal in eeuwigheid niet dorsten.’

Vragen:
1. Wat weet je over de edik die de Heere Jezus te drinken kreeg?
2. Kun je de woorden van de Heere Jezus uit Johannes 4:14 in je eigen woorden uitleggen?

Zingen:
Psalm 52:7
Als ik in gedachten sta

Verwerking:

Kleurplaat

Vrijdagochtend: Het zesde kruiswoord

Het is volbracht – Johannes 19:30

Hierover hoor je in de kerk.

Verwerking:
Kleurplaat

Vrijdagavond: Het zevende kruiswoord

Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest – Luk. 23:46

Lezen: Lukas 23: 44-49

‘Het is volbracht!’ Dat waren de woorden die de Heere Jezus zojuist heeft uitgesproken. Zijn werk op aarde is bijna klaar. Wij hoeven niets te doen, maar de Heere Jezus wilde álles doen. Nu kan Hij sterven. En luister eens… de Heere Jezus gaat weer iets zeggen. Niet zomaar zachtjes, maar met grote kracht. Dat zou je niet verwachten van Iemand die al uren aan het kruis hangt en bijna gaat sterven. Maar de Heere laat zien dat Hij niet is uitgeput. Hij roept het uit met alle kracht: ‘Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest!’
Valt het jou ook op dat de Heere Jezus God weer ‘Vader’ noemt? Zo noemde Hij God in het eerste kruiswoord ook, maar daarna werd Hij door Zijn Vader verlaten. Toen kon de Heere Jezus Zijn Vader alleen nog maar ‘God’ noemen. En nu… vlak voordat Hij sterft, noemt Hij God weer ‘Vader’! De afstand die er door de zonde was tussen de Heere Jezus en Zijn Vader is weer weg.
Eigenlijk zegt de Heere Jezus daarna: ‘Ik geef Mijn ziel aan U, zodat U het kunt bewaren en Ik het later weer terug kan krijgen.’ Je weet wel wanneer dat is, toch? Als de Heere Jezus weer opstaat uit de dood.
Met Zijn leven koopt de Heere Jezus Zijn kinderen vrij van de zonde en schuld. Dat is de liefde van Christus.
De Heere Jezus gebruikt nu woorden uit Psalm 31. Daar zegt David: ‘In Uw hand beveel ik mijn geest’. Het is ook een kindergebedje. Als jij gaat slapen, zing je: ‘Ik ga slapen, ik ben moe…’. De kleine joodse kinderen leerden bidden: ‘In Uw hand beveel ik mijn geest.’ De Heere Jezus heeft dit vroeger vast ook geleerd. En nu aan het einde van Zijn leven, bidt Hij dit kindergebedje weer.
En als Hij dat gezegd had, gaf Hij de geest. De Heere Jezus geeft Zijn ziel dus over aan Zijn Vader. De Heere sterft niet, omdat Zijn lichaam daar aan toe is, nee, Hij gééft Zijn ziel over. De Heere laat zien dat Hij nog steeds alle macht heeft.
Zo maakt de Heere een weg vrij voor zondige mensen, zodat het weer goed kan komen tussen hen en God. Hij heeft hen liefgehad tot het einde. Wat een groot wonder!


Vragen:
1. Wat vond jij het meest bijzonder wat je vandaag in de kerk hebt gehoord?
2. Weet jij dat de Heere Jezus ook al voor jouw zonden aan het kruis is gestorven?

Zingen:
Psalm 31:4
Ik ga slapen, ik ben moe

Verwerking:

Kleurplaat
Lettergrepenpuzzel

 


Wanneer?
Goede Vrijdag, 3 april 2026 om 10.00 uur in de kerk. Aansluitend is er gelegenheid om iets te drinken in de zaal.

Download hier de kleurplaat.
Lever deze uiterlijk zondag 29 maart in bij een ingang van de kerk of op maandag 30 of dinsdag 31 maart bij jouw meester en juf op de Eben-Haëzerschool of het Mosterdzaadje. Ze worden opgehangen in de hal of in een zaal van de kerk.